MM FlowIndex
De MM FlowIndex probeert een motorroute niet alleen te beoordelen op afstand of hoogte, maar vooral op hoe zo’n route voelt als je hem echt rijdt. Dus niet alleen: hoe lang is hij, of hoeveel hoogtemeters zitten erin? Maar vooral: zit er ritme in, blijft het leuk, wisselt de route genoeg af, en heb je het gevoel dat je echt een mooie motorroute aan het rijden bent in plaats van simpelweg van A naar B te gaan? Daarom zie je onder de GPX routekaarten verschillende scores en routeparameters staan. Samen geven die een veel beter beeld van het karakter van een route.
Op deze pagina leggen we uit wat de verschillende elementen betekenen en hoe jij ze kunt gebruiken om vooraf een heel goed idee te hebben wat je van een route kunt verwachten.
Deze scores laten alleen zien hoe de route rijdt op de motor en zeggen niets over zaken als uitzicht, sfeer en/of stops onderweg.
n.b. de GPX kan er op de FlowIndex kaart net iets anders (minder netjes) uitzien dan de echte route.
MM FlowIndex – Totaalindruk van de route
0–34 = Weinig uitgesproken routekarakter
35–49 = Redelijk routekarakter
50–64 = Duidelijk interessante route
65–79 = Bovengemiddeld aantrekkelijk
80–100 = Uitgesproken mooie motorroute
De MM Score is eigenlijk de totaalscore van de route. Zie het als de samenvatting van alles wat de plugin in het GPX-bestand tegenkomt: bochten, flow, hoogte, technische stukken, haarspelden en de algemene rijbeleving over de hele route.
Het is dus niet zomaar een kille rekensom van één onderdeel. Het is meer een totaalindruk. Staat hier een hoge score, dan betekent dat meestal dat een route over de hele lengte genoeg interessante elementen heeft om echt leuk te zijn voor motorrijders.
Voor Nederlandse wegen is een MM FlowIndex van 30+ echt prima.
Bochten – Algemene bochtigheid van de route
0–30 = Weinig bochtig routeverloop
31–50 = Licht bochtig karakter
51–70 = Duidelijk bochtige route
71–85 = Sterk bochtig karakter
86–100 = Zeer bochtige route met uitgesproken bochtenwerk
De bochtenscore zegt iets over hoeveel bochtkarakter een route heeft. De plugin kijkt daarbij niet alleen naar losse bochten, maar ook naar hoe vaak ze voorkomen en hoe dicht ze op elkaar zitten.
Hoe hoger deze score, hoe minder rechttoe rechtaan de route meestal is. En dus hoe groter de kans dat je echt actief aan het rijden bent in plaats van alleen kilometers aan het maken. Voor veel motorrijders is dit gewoon één van de belangrijkste signalen dat een route interessant is.
Flow – Hoe lekker en ritmisch de route rijdt
0–24 = Stroef en weinig ritmisch
25–39 = Wisselend rijritme
40–54 = Redelijk vloeiend rijgevoel
55–69 = Mooi vloeiende route
70–100 = Zeer sterk flowgevoel en prettig ritme
Flow gaat over hoe natuurlijk een route aanvoelt tijdens het rijden. Niet per se hoeveel bochten erin zitten, maar vooral hoe logisch en vloeiend die stukken in elkaar overlopen. Dus: blijft het tempo lekker in de route zitten, volgt de ene bocht prettig op de andere, en voelt het geheel als één samenhangend traject in plaats van losse stukken asfalt aan elkaar?
Simpel gezegd: hoe beter een route “doorloopt”, hoe prettiger hij meestal rijdt. Een route met goede flow voelt ritmisch, rustig en vanzelfsprekend aan. Je zit dan minder in een patroon van steeds remmen, corrigeren en opnieuw opbouwen, en meer in een continue lijn waarbij bochten, rechte stukken en hoogteverschillen logisch op elkaar aansluiten.
Hoogte – Hoe sterk hoogte en reliëf de routebeleving bepalen
0–20 = Vrij vlak routeprofiel
21–40 = Licht heuvelachtig karakter
41–60 = Merkbaar reliëf in de route
61–80 = Sterk hoogteprofiel met duidelijke klim- en daalstukken
81–100 = Uitgesproken bergachtige route met sterk hoogtekarakter
De hoogtescore laat zien hoeveel reliëf en hoogtekarakter er in een route zit. In vlakke gebieden zal die vanzelf lager zijn. In heuvelachtig gebied, middelgebergte of in de Alpen zie je hier meestal hogere scores.
Hoogte maakt een route niet automatisch beter, maar het geeft vaak wel extra karakter. Klimmen, dalen, wisselende uitzichten en een landschap dat onderweg verandert, maken een rit meestal net interessanter.
Haarspeld – Aanwezigheid van haarspeldbochten in de route
0–10 = Vrijwel geen haarspelden
11–25 = Enkele haarspeldbochten
26–45 = Merkbaar haarspeldkarakter
46–65 = Veel haarspeldbochten
66–100 = Zeer sterk haarspeldkarakter, typisch voor echte passenroutes
De haarspeldscore laat zien in hoeverre een route echt krappe keerbochten bevat. Denk aan klassieke haarspelden zoals je die vooral in berggebieden en op passen tegenkomt.
Deze score staat bewust los van gewone bochten, omdat haarspelden echt hun eigen karakter hebben. Ze maken een route vaak technischer en spectaculairder, maar meestal niet vloeiender.
Technisch – Hoe scherp, compact en intensief de route rijdt
0–20 = Weinig technisch karakter
21–40 = Licht technisch
41–60 = Merkbaar technische route
61–80 = Sterk technisch karakter
81–100 = Zeer technische route met veel concentratie en precisie
De technische score zegt iets over hoe veeleisend een route is. Die hangt samen met dingen als bochtdichtheid, krappe secties en hoe snel het asfaltwerk elkaar opvolgt.
Is deze score hoog, dan betekent dat meestal dat je als rijder meer bezig bent. Vaker insturen, scherper lijnen kiezen, beter opletten. Minder relaxed toeren dus, meer echt werken op de motor.
Doorlopers – Aanwezigheid van langere vloeiende bochten
0–10 = Vrijwel geen doorlopende bochten
11–25 = Beperkt aantal doorlopers
26–45 = Merkbaar vloeiend bochtkarakter
46–65 = Veel mooie doorlopers
66–100 = Sterk doorloperkarakter met veel vloeiende bochten
Doorlopers zijn juist de vloeiende, doorgaande bochten. Geen krappe haarspelden of zenuwachtige technische stukjes, maar van die bochten waar je lekker doorheen kunt blijven rijden.
Routes met een mooie mix van dit soort bochten voelen vaak prettig en ritmisch aan. Zeker op sporttoer- of allroadroutes zijn dit vaak de stukken waar een route echt lekker begint te leven.
Hoogtemeters – Totale hoeveelheid klimwerk in de route
0–20 = Nauwelijks klimwerk
21–40 = Beperkte hoeveelheid hoogtemeters
41–60 = Merkbaar hoogteverschil in totaal
61–80 = Veel hoogtemeters in de route
81–100 = Zeer veel klimwerk en duidelijk bergachtig totaalprofiel
Hier zie je het totale aantal hoogtemeters van de route. Dat geeft aan hoeveel er in totaal geklommen en gedaald wordt tijdens de rit.
Dat is vooral handig om het fysieke en landschappelijke karakter van een route beter te snappen. In bergachtige gebieden loopt dit natuurlijk snel op.
Min. hoogte – Hoe hoog het laagste punt van de route ligt
De minimumhoogte laat zien wat het laagste punt van de route is in meters. Dat geeft wat extra context over het gebied waar je rijdt en helpt om hoogteverschillen beter te plaatsen.
Max. hoogte
De maximumhoogte laat zien wat het hoogste punt van de route is in meters. Vooral bij berg- en passenroutes zegt dat vaak best veel over het karakter van de rit. Hoe hoger dat punt ligt, hoe groter de kans op echt hoogtegevoel, mooie uitzichten en een alpien karakter.
Waarom die combinatie juist handig is
En dat is eigenlijk precies waarom de FlowIndex interessant wordt: niet één losse score vertelt het hele verhaal. Een route kan veel bochten hebben, maar toch rommelig rijden. Een route kan veel hoogteverschil hebben, maar technisch helemaal niet zo spannend zijn. En een route met weinig haarspelden kan alsnog fantastisch aanvoelen als de flow en de doorlopers sterk zijn.
Juist daarom kijkt de MM FlowIndex naar het totaalplaatje. Niet naar één los getalletje, maar naar de combinatie van dingen die een motorroute onderweg echt leuk maken.