Twee motorrijders op een bergweg in de Alpen met besneeuwde bergen op de achtergrond en de tekst Epische Alpenpassen in beeld

Een motorreis over de Stelvio, Furka, Grimsel, Susten en meer onvergetelijke passen

Dit jaar was het plan eigenlijk vrij simpel: de Zwitserse passen rijden die het jaar ervoor in juni nog dicht waren door de sneeuw. Revanche! Alleen wilden we er meer van maken dan een rit heen en weer naar één gebied. Daarom kozen we Seefeld in Oostenrijk als uitvalsbasis. Handig gelegen, zodat we vanuit daar meerdere kanten op konden en zowel Zwitserland als Italië binnen bereik lagen.

Dat bleek een goede keuze. Niet alleen omdat je vanuit Seefeld veel kanten op kunt, maar ook omdat het ruimte gaf om onderweg te schuiven als het weer of de route daarom vroeg. En dat gebeurde deze week ook een aantal keer, maar dat hoort er ook een beetje bij in de bergen. Je kunt veel plannen, maar uiteindelijk heel veel dingen niet onder controle.

Op het lijstje stonden in elk geval genoeg passen om naar uit te kijken: de Stelvio, Umbrail, Flüela, Oberalp, Furka, Grimsel, Nufenen, Gotthard en de Sustenpas. Vrijwel allemaal namen die je eigenlijk al kent voordat je er gereden hebt en daarom was het mooi om ze nu eens echt aan elkaar te rijgen in plaats van ze alleen van foto’s en video’s te kennen.

Wil je deze route zelf rijden? Download hem dan de gratis GPX van de Alpenlus.

De heenrit naar Seefeld

Berglandschap bij Seefeld in Oostenrijk met toppen in warm avondlicht, bomen op de voorgrond en bebouwing in het dal

We vertrokken vroeg in de ochtend richting Oostenrijk. Omdat het een lange rit is, kozen we ervoor om de motoren op de trailer te zetten en met de auto op pad te gaan. Zo’n 850 kilometer voor de boeg, en met alle stops en rustmomenten erbij waren we uiteindelijk een uur of twaalf uur onderweg. Een lange dag, maar het voelde wel meteen alsof de week begonnen was. En zin hadden we.

Tegen de tijd dat we in Seefeld aankwamen, waren we redelijk gaar, maar tegelijk weet je dan ook weer precies waarom je het doet: omdat je de volgende ochtend op een plek wakker wordt waar alles openligt. En wanneer je omgeven wordt door de bergen, voelt dat meer dank ok.

Een eerste rijdag die geen echte rijdag werd

Voor de eerste rijdag stond meteen een flinke route op de planning, met de Sella Pas als onderdeel van een rit van 377 kilometer. Dat klonk vooraf bijzonder goed, maar al snel bleek dat de dag een andere kant op zou gaan.

Het begon met een zelf veroorzaakte vertraging. Vrij snel op de route kwamen we een bord tegen waarop stond dat een vignet verplicht was. Die hadden we logischerwijs wel, maar hadden we heel slim nog niet op de motoren geplakt. Dus terug, vignetten pakken uit het appartement en opnieuw beginnen. Zo ben je zomaar een half uur verder.

Daarna liepen we ook nog tegen een wegafzetting richting Italië aan, waardoor we een flinke omweg zouden moeten maken. Toen we vervolgens ook het weer op het zuidelijkste deel van de route checkten, was het eigenlijk wel duidelijk dat doorgaan niet de meest verstandige keuze was.

Ondanks dat we dat niet altijd doen, namen we de verstandige keuze en besloten deze dag te laten schieten. Maar dat was eigenlijk best prima, want daardoor konden we mooi wat boodschappen inslaan voor de rest van de week en namen we een lunch op een mooie plek in de bossen. Achteraf een logische les om niet meteen vanaf dag 1 te knallen wanneer je aan een lange trip begint. Na zo’n lange heenreis ben je toch nog niet helemaal fris, en juist die eerste dag is waarschijnlijk beter geschikt om het rustiger aan te doen en de rest van de week goed voor te bereiden. Al met al dus echt prima!

De Stelvio als echte aftrap

Dag drie was dus pas de echte eerste rijdag. En wat voor één! De Stelviopas stond op het programma, en dat was er wel zo eentje waar we allebei echt naar uitkeken. Bucketlistmateriaal! Het weer was goed, dus we vertrokken vroeg voor een route van bijna 400 kilometer.

Na een klein stuk snelweg over de A12 gingen we de bergen in. Onderweg kwamen we langs Gacher Blick, zo’n plek waar je lekker even kan stoppen en even van het uitzicht kan genieten. Niet omdat het moet, maar omdat doorrijden eigenlijk zonde is. Maar ook weer niet te lang, want er lag nog veel meer moois te wachten en de motoren riepen.

Kerktoren in het water van de Reschensee met bergen en wolkenlucht op de achtergrond in Zuid-Tirol

Vlak bij de Italiaanse grens reden we langs de Reschensee, met die bekende kerktoren die nog boven het water uitsteekt. Zo’n plek die je al eens gezien hebt op foto’s, maar in het echt toch net anders binnenkomt. Niet groots of druk, eerder vreemd rustig. En met het blauwe water en witte bergtoppen in de verte is het een prachtige plek om even te staan.

Daarna reden we richting de voet van de Stelvio. In het begin voelt die nog als een normale bergpas, maar dat verandert snel. Het smalle stuk, de krappe bochten en dat steile klimwerk maken meteen duidelijk waarom deze pas die reputatie heeft. Als je weinig vertrouwen hebt of nog niet veel ervaring in de bergen, dan is het goed voor te stellen dat dit geen ontspannen rit is. Sterker nog, dit is gewoon geen beginnerspas. Tegelijk is het precies dat karakter wat hem zo bijzonder maakt en ook een feest om te rijden. Daarnaast is er natuurlijk ook het uitzicht, dat gaat nooit vervelen.

Uitzicht op de Stelviopas met meerdere haarspeldbochten, steile berghellingen en ruig alpenlandschap

We reden via de zuidkant weer naar beneden, en die is merkbaar breder. Tegen die tijd was het ongeveer 14:00 uur en moesten we nog lunchen. Bovendien leek er een flinke bui aan te komen. We stopten om een lunchplek te zoeken en gelukkig zat er vrijwel direct iets in de buurt. Nog geen honderd meter verder konden we op een terras gaan zitten en dat was precies op tijd ook. Terwijl we daar zaten, kwam de regen echt naar beneden gezet. Eerst probeerden we het buiten op het terras nog vol te houden, maar uiteindelijk moesten we naar binnen omdat de parasols de grote hoeveelheid water niet konden tegenhouden.

Omdat het er niet op leek dat het snel droog zou worden en we nog een aardig stukje terug moesten, trokken we de regenkleding aan en kozen we voor de snelste route terug. Die “snelste route” bleek nog steeds behoorlijk indrukwekkend, want die stuurde ons opnieuw over een deel van de Stelvio, daarna over de Umbrailpas op zo’n 2500 meter hoogte, en vervolgens via een klein stuk Zwitserland weer noordwaarts richting Seefeld. Ook op zo’n dag waarop je door weersverandering en tijdsdruk andere keuzes maakt, blijft het daar allesbehalve een saaie terugweg. De Stelvio hebben we in de pocket!

Van Oostenrijk naar Zwitserland

Op dag vier vertrokken we weer vroeg, dit keer vanuit Seefeld naar Göschenen in Zwitserland. Ongeveer 320 kilometer, dus goed te doen. We reden de grens over in de buurt van het drielandenpunt van Oostenrijk, Italië en Zwitserland en trokken vervolgens Zwitserland in via de Flüelapas, Davos en de Oberalppas, met Göschenen als eindpunt, vlak bij Andermatt.

Wat in Zwitserland meteen weer opvalt, is hoe netjes alles loopt en hoeveel discipline er op de weg verwacht wordt. Sowieso is het overal verstandig om je een beetje te gedragen, maar in Zwitserland is dat nog wat minder vrijblijvend. De boetes zijn echt heel serieus, zelfs voor hele kleine overtredingen.

Uitzicht vanaf de Gacher Blick over een groen alpendal met rivier, bossen en berghellingen onder een heldere blauwe lucht

Onderweg stopten we opnieuw bij Gacher Blick. Dit keer kwamen we erachter dat je, als je een klein stukje verder loopt, bij een echt uitkijkpunt komt. Een soort loopplank die uitsteekt vanaf de berg. Heb je hoogtevrees? Dan wil je deze vermijden. Maar dan mis je wel een waanzinnig uitzicht.

De temperatuur liep die dag flink op. Boven de dertig graden, en dat voel je vooral als je langzaam rijdt of telkens stilvalt bij werkzaamheden. En die kwamen we behoorlijk wat tegen. Op een gegeven moment merk je dan dat de hitte er langzaam inhakt. Een koud drankje en lekker dineren in de buurt van de Oberalppas waren dan ook meer dan welkom. Daarna was het nog maar een klein stuk naar Göschenen.

Een dag waarop alles samenkwam

De volgende ochtend werden we wakker in Zwitserland met een route waar eigenlijk alles in zat. Vanuit Göschenen eerst over de Gotthardpas naar het zuidelijkste deel, dan over de Nufenenpas, via de Furkapas terug langs Göschenen naar het noorden en daarna via de Sustenpas en de Grimselpas weer terug, met nog een keer de Furkapas ertussen. Over bucketlist gesproken…

We vertrokken na het ontbijt vanuit Andermatt. Alleen zat mijn camera niet helemaal lekker op mijn helm, dus niet alles kwam helemaal uit zoals bedoeld. Jammer maar helaas. Moeten we nog maar een keer terug voor een revanche van de revanche!

Twee motoren en een motorrijder bij de Gotthardpas op een open parkeerplek in de Alpen

Op de Gotthardpas kwamen we langs de plek waar we een jaar eerder nog naast een muur van sneeuw hadden gestaan. Alleen al daarvoor was het leuk om even te stoppen voor een foto.

De oude delen van die pas (Tremola) herken je meteen aan de stenen die er nog liggen. Dat geeft zo’n weg meteen iets eigens, alsof je niet alleen een route rijdt maar ook echt een stuk geschiedenis meepakt.

Na de Gotthard volgde de Nufenenpas. In dit gebied merk je pas goed hoe dicht alles bij elkaar ligt. Je rijdt niet van de ene pas naar de andere alsof er grote tussenstukken tussen zitten; het voelt eerder alsof je ze aan elkaar rijgt. Dat maakt het gebied ook zo fantastisch. Je zit steeds alweer in het volgende landschap voordat het vorige helemaal uit je hoofd is.

Uitzicht op de Furkapas met slingerende bergweg, groen alpendal en besneeuwde toppen in de verte

Richting de Furkapas zie je onderweg ook hoe die andere passen door het landschap lopen. Je ziet ineens hoe alles met elkaar verbonden is. Hierboven is een foto vanaf de Furkapas genomen en aan de rechterkant zie je de Grimselpas naar beneden komen.

Hotel Belvedere aan de Furkapas in Zwitserland, direct aan een scherpe bergbocht tussen rotsen en alpenhellingen

Boven op de Furkapas staat het iconische Belvedère Hotel en kun je bij de Rhônegletsjer komen. Dat is wel zo’n plek waar je echt even moet stoppen. Niet alleen vanwege het uitzicht, maar ook omdat het bijna pijnlijk is om te zien hoeveel van die gletsjer verdwenen is. Op de rotswanden kun je goed zien waar het ijs eerder nog kwam. Maar prachtig en indrukwekkend is het nog steeds!

Uitzicht op de Rhônegletsjer met smeltwatermeer, rotsen en sneeuwresten in het hooggebergte van Zwitserland

Na de Furka lunchten we in Andermatt. Even de motorkleding uit, wat eten, iets kouds drinken. Tegen die tijd was het in de lagere gebieden echt serieus heet geworden. Zodra je onder de 1500 meter kwam, liep de temperatuur snel op richting 30 à 35 graden, en dat begint na uren rijden wel een beetje te tellen. Maar dat mocht de pret niet drukken. Even opladen tijdens de lunch en weer lekker op pad!

Daarna was het de beurt aan de Sustenpas. Ook weer zo’n weg die gaandeweg verandert van bergachtig naar iets dat bijna kaal en ruw aanvoelt, alsof je langzaam een soort maanlandschap in rijdt.

Vanaf het noordelijkste punt van de route reden we weer richting het zuiden over de Grimselpas, en later kruisten we opnieuw de Furka voordat we in Andermatt gingen eten.

Bergbeek en alpenweide op de Sustenpas met rotsen, smeltwater en besneeuwde bergtoppen op de achtergrond

Tegen die tijd waren we moe, verhit en een beetje leeggereden, maar vooral ook erg voldaan. Deze passen rijden als één grote lus is wel echt een cadeautje en een 100% aanrader voor elke motorrijder.

Terug naar Seefeld in de regen

De terugrit vanuit Zwitserland naar Seefeld stond vooral in het teken van regen. Meteen na het ontbijt bij de Konditorei in Andermatt, konden de regenpakken al aan. Op de Oberalppas begon het kort daarna ook nog te bliksemen en schuilden we even bij het pasrestaurant.

Aan het begin van de middag werd het gelukkig droog. De zon kwam er weer even door en konden we tenminste opdrogen. Maar echt vertrouwen gaf dat niet, want de lucht bleef dreigend en de buien bleven een beetje om ons heen hangen.

Na een rustmoment en lunch bij een mooi restaurantje gingen we weer verder. Niet veel later werden we alsnog opnieuw ingehaald door de regen, en op een gegeven moment kreeg ik een flinke lading opspattend water van een auto over me heen. Net over de Oostenrijkse grens probeerden we nog even te schuilen en trokken we opnieuw de regenpakken aan.

Motorrijder in felgele regenjas tijdens een zware regenbui langs de weg in de Alpen

Maar later werd het pas echt serieus. Het regende zo hard dat de druppels gewoon op je armen striemden. Uiteindelijk stonden we, samen met een hele groep andere motorrijders, te schuilen bij een benzinestation. Dat soort momenten hebben ook zo z’n charme. Ze zijn nooit echt leuk in het moment, maar je onthoudt ze wel.

Daarna was het vooral nog even volhouden. Terug naar het appartement in Seefeld, spullen drogen, inpakken, en je alvast instellen op de rit terug naar huis.

Deze trip was weer onvergetelijk!

Volg Motormakkers

Meer motorroutes, roadtrips en video’s? Volg ons op YouTube en Instagram.

Plaats een reactie